Articles

Central African Republic

Dit land bevindt zich op de rand van genocide (en nee, het is niet Irak)
Twee slecht georganiseerde rebellengroepen – de een christelijk, de ander islamitisch – bevechten elkaar en splijten de Centraal Afrikaanse Republiek in tweeën. Een kwart van de bevolking is ontheemd, duizenden mensen zijn vermoord. Gastcorrespondent Fleur Launspach doet verslag in woord en beeld.

15 oktober 2014

‘Heb je ooit een generaal ontmoet die geen mensen heeft vermoord?’ Generaal Yapele Chrysostome kijkt me spottend aan. ‘Ik kan nu, hier, voor jouw ogen een moslim vermoorden, wil je dat?’

Een halfuur geleden kwam het hoofd van de christelijke Anti-Balaka-rebellen aan op deze door hem aangewezen locatie. Hij sleept met zijn linkerbeen. ‘Schotwond.’ Om zijn nek schittert een gouden ketting met een dollarteken eraan.

Als je rondom de westelijke stad Berberati een Anti-Balaka-strijder wilt worden, moet je langs generaal Chrysostome. Zijn nieuwe soldaten moeten eerst het magische middel ‘Gris Gris’ nemen, waardoor ze onschendbaar zouden worden. ‘Voor onze Gris Gris is veel gebeden door onze voorouders, door mensen die voor ons gestorven zijn,’ legt hij uit. Met zijn machete snijdt hij de rekruten vervolgens tien keer in de arm. Ten slotte moeten ze scheermesjes doorslikken.

Met geweren, bijlen en ‘magische’ middelen groeide Anti-Balaka uit tot een christelijke oppositiegroep die nu grotendeels de zuidwestelijke kant van de Centraal-Afrikaanse Republiek in handen heeft. Oorspronkelijk verdedigden de strijders hun families tegen de Seleka, moslims uit het noorden, die vorig jaar veel slachtoffers maakten onder de grotendeels christelijke bevolking van de Centraal-Afrikaanse Republiek. Nu staat de Anti-Balaka bekend om brute sektarische moordpartijen, etnische zuiveringen en zelfs kannibalisme, gericht op de moslimbevolking.

 

CAR correspondent interview AB from Man & Man Films on Vimeo.

Door: Fleur Launspach

 

De oorlog in de Centraal-Afrikaanse Republiek begrijpen is niet makkelijk. Een politieke machtsstrijd veranderde in 2013 in oncontroleerbaar religieus geweld. Christenen en moslims die voorheen elkaars buren of zelfs vrienden waren, raakten bezeten van religieuze haat. En door de situatie in Syrië was er weinig aandacht voor de zoveelste ‘Game of Thrones’ in Afrika.

Om te achterhalen wat aan het religieuze geweld ten grondslag lag, bezocht ik het land.

Hoe begon de oorlog ook alweer?

De Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) is sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1960 strijdtoneel van rebellen, contra-rebellen, sociopathische en zelfs kannibalistische dictators. De grond is vruchtbaar, rijk aan goud, diamanten en uranium, maar het land is straatarm.

Viereneenhalf miljoen inwoners leven in een gebied zo groot als Frankrijk en België bij elkaar. De grond is vruchtbaar, rijk aan goud, diamanten en uranium,maar het land is straatarm. Het inkomen per hoofd van de bevolking is zo’n 400 euro per jaar, een van de laagste in de wereld.

De geschiedenis van Centraal-Afrikaanse Republiek wordt gekenmerkt door een opeenvolging van staatsgrepen. Vrijwel elke president verkreeg én verloor de macht op gewelddadige wijze. Maar de oorlog tussen de christelijke Anti-Balaka-strijders en de islamitische Seleka-strijders, die in maart begon, is erger dan ooit.

Waarom vechten ze tegen elkaar?

In het noordoostelijk gebied van de republiek maken de islamitische Seleka-rebellen de dienst uit. In augustus 2012 sloten drie noordelijke rebellengroepen een ‘alliantie’ genaamd Seleka met één gemeenschappelijk doel: het omverwerpen van het regime van de christelijke president François Bozizé.

Seleka-leider Michael Djotodia wist in een handomdraai de gedeelde frustraties in het achtergestelde islamitische noorden van de CAR te kanaliseren in een opstand die eind 2012 begon. Bovendien had hij, als voormalig consul in het West-Soedanese Nyala, goede contacten met Tsjaadse en Soedanese rebellen. Rebellen die eveneens snakten naar geld en macht en zich in groten getale bij het kersverse leger voegden.

In hun mars naar de hoofdstad Bangui namen ze kindsoldaten, ex-gevangen, struikrovers en criminelen mee. Stad na stad viel, totdat de rebellen uiteindelijk de hoofdstad omsingelden. Een spoor van vernielde kerken, brandende huizen en verwoeste gezinnen achterlatend.

Djotodia verklaarde zichzelf president op 25 maart 2013, maar bleek niet in staat zijn eigen rebellen in toom te houden. Zelfs nadat hij de Seleka-rebellen in september officieel ontbond, werd de moord- en plundercampagne door ‘zijn’ mannen ongestoord voortgezet. Vier maanden later bevond de CAR zich op de rand van anarchie, trad Djotodia af en vluchtte naar Benin.

Generaal Chrysostome zag hoe de Seleka zijn stad binnenvielen. Huizen werden in brand gestoken, de vrouwen in het openbaar verkracht. Volgens de generaal werden de Seleka-rebellen gesteund door moslimfamilies in de stad. ‘Zij hebben de rebellen naar onze huizen gewezen.’ Zijn vader werd meegenomen en gemarteld. ‘Toen bleek dat niemand losgeld kon betalen, hebben ze hem alsnog vermoord.’ Zijn gezicht vertrekt. ‘Zo is de haat tegen moslims gevormd. Wij moesten de wapens wel oppakken om onze families te beschermen, zo is de Anti-Balaka ontstaan.’

Opgesloten in de kerk

Nu gaat er in de stad Berbarati geen moslim meer over straat. Een groot ijzeren kruis op de rotonde is een symbolische scheidslijn geworden tussen de christelijke bevolking en de moslimvluchtelingen, waarvan er honderden al maanden zitten opgesloten op de binnenplaats van een kerk. Legertroepen patrouilleren op de weg. Toen de Anti-Balaka begin dit jaar de Seleka-rebellen uit de stad wist te verjagen, werd de moslimbevolking slachtoffer van vergeldingsacties. Veel moslims werden tot in de bossen achtervolgd en vermoord. Opnieuw lag de stad vol lijken.

Inwoner Amadou Ibrahim vluchtte ‘s ochtends om zes uur met zijn vrouw, broer en kinderen zijn huis uit. ‘Vlak voor me schoten ze twee moslims neer. Ze vernielden ons huis en mijn tv.’ Sindsdien woont hij met zijn gezin op de binnenplaats van de kerk. In zijn tent van vier bij vier slapen nu tweeëntwintig mensen. ‘Dit is de enige plek waar we veilig zijn.’

Vanmorgen is er voor de zoveelste keer een vrachtwagen met islamitische vluchtelingen naar de grens van Kameroen vertrokken, onder begeleiding van het leger. Daar zitten inmiddels ruim 27.000 geregistreerde vluchtelingen, het merendeel moslim. ‘De bevolking van Centraal-Afrikaanse Republiek zal nooit meer accepteren dat de moslims terugkomen in de stad,’ zegt generaal Yapele Chrysostome. ‘Ze zullen allemaal moeten vertrekken.’

 

Abdullahi Moussa (45) wacht in de kerk tot hij zijn familie weer kan opzoeken. Foto: Anna Mayumi Kerber

Abdullahi Moussa (45) wacht in de kerk tot hij zijn familie weer kan opzoeken. Foto: Anna Mayumi Kerber

 

Internationale missies

Metalen tandwielen grijpen zich vast in de onverharde straten van de hoofdstad Bangui. Heet ijzer doet de lucht boven de gepantserde wagens vertroebelen. Een van de tanks houdt stil naast een marktkraam. Een blanke, Franse soldaat stapt uit en groet ons, zijn hand rust op zijn wapen. Vijfhonderd meter verderop is een checkpoint, waar de Italianen en Georgiërs staan te zweten in hun veiligheidsvesten. Ze spreken Frans noch Engels.

Toen de CAR verviel in een spiraal van moord en misdaad, werden vier verschillende vredesmissies gestuurd. Hoofdstad Bangui is een warboel aan uniformen, legertrucks en tanks. Toen VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon zijn vrees voor een ‘tweede Rwanda’ uitte, besloot de VN Veiligheidsraad op 10 april 2014 nog een vredesmissie te sturen.

De reeds aanwezige troepen, die onder leiding staan van MISCA komen nu onder deMINUSCA te staan. Naast de Europese missie in de CAR (Eufor RCA), de Fransen (Sangaris) en de Afrikaanse missie (MISCA) worden er nu dus 12.000 blauwhelmen geïnstalleerd. Nieuwe satellietschotels, dure oorlogsapparatuur en witte VN-auto’s rijden Bangui in.

CAR Correspondent straatbeeld Bangui from Man & Man Films on Vimeo.

Door: Fleur Launspach

 

Het opbouwen van de vernielde rechtssysteem en de lokale politie-eenheden behoort ook tot het takenpakket van het nieuwe VN-mandaat. Toen de Seleka-strijders begin dit jaar over de hoofdstad Bangui regeerden, drongen de rebellen door tot het verzwakte nationale leger (FACA) en de lokale politie-eenheden van de CAR. Wat daar nu nog van over is, hangt in uniform rond in de warme straten van Bangui. Ze zijn verward en verdeeld over de toekomst van hun land.

Tot nu toe is er geen enkele rebellenleider van de Seleka of Anti-Balaka vervolgd voor zijn oorlogsmisdaden. Tot op de dag van vandaag regeert wetteloosheid. Bij de Ngaragba-gevangenis in Bangui liepen afgelopen maart tien gevangenen gewoon de deur uit. Zowel de gevangenisbewaking als de geplaatste MISCA-soldaten ondernamen volgens ooggetuigen geen enkele actie om de de gevangenen een halt toe te roepen, die verdwenen in openbare bussen en taxi’s. Meer daarover lees je in dit rapport.

 

Kaart Correspondent
* Lord’s Resistance Army van Joseph Kony, ** People’s Army for the Restoration of Democracy, *** Vader van de Bush. Illustratie: Momkai

De CAR blijft een land waar de chaos regeert. Dwars door de republiek loopt een grens van wat Anti-Balaka-en wat ex-Seleka-gebied is. Rond die grens is het permanent onrustig. Naast deze twee rebellengroepen zijn er tal van andere strijdmachten actief: zelfverdedigingsgroepen, verloren ex-soldaten en ordinaire bandieten. In het oosten van het land houdt al enkele jaren het Lord Resistance Army (LRA) van Joseph Kony zich schuil.

Daarnaast verzamelt zich sinds kort weer een nieuw leger langs de grens van Tsjaad, het Révolution Justice (RJ). Deze mannen voelen zich eveneens geroepen om hun eigen bevolking te beschermen. ‘Tegen de terroristen, huurlingen en bandieten die onze bevolking hebben verkracht en vermoord,’ leest hoofdcommandant Armel Sayo stellig voor op een YouTube-video. Achter hem wappert een witte vlag waar met rode pen een ‘r’ op is getekend.

 

Zie hier de wervingsfilm van de rebellengroep.

 

‘Soms raak je, soms mis je’

Mahama Dibrine vocht mee aan de kant van de Seleka-rebellen. De ex-Seleka-soldaat kan zich niet herinneren hoeveel mensen hij vermoord heeft. Hij schudt zijn hoofd. ‘Soms raak je, soms mis je. Je kan niet terug lopen om te checken of ze dood zijn.’ Zijn huis grenst aan een binnenplaats waar wordt gewassen door een groepje vrouwen; emmers met sop en kleren staan in de modder.

De ex-soldaat werd ooit voor het nationale leger (FACA) getraind in Bossangoa, met de belofte dat hij officieel op de loonlijst zou komen te staan. Het bleek een leugen. Teleurgesteld in het leger en de president waar hij zijn leven voor had willen geven, sloot hij zich aan bij de Seleka-rebellen.

Vrijwel meteen kreeg hij zijn kalasjnikov. Op 24 maart brachten ze de hoofdstad ten val. ‘We vochten door tot aan Bangui, het was een heftige strijd. Uiteindelijk grepen we de macht. President François Bozizé ontsnapte.’

In de maanden erop volgden meer zware gevechten. ‘De Anti-Balaka was te sterk en onze munitie raakte op.’ Intern raakten de rebellen verdeeld. ‘De situatie veranderde. Na de val van Djotodia verloor ik de moed,’ zegt Mahama Dibrine. ‘Ik nam ontslag.’ Hij weet niet wie hij de schuld moet geven van het feit dat hij nooit iets betaald heeft gekregen. Hij is nooit officieel geregistreerd als soldaat, zoals hem werd beloofd. ‘Het enige wat ik wilde was een baan.’

 

VIDEO

Door: Fleur Launspach

 

Volgens Mahama Dibrine ging het de Seleka-rebellen in eerste instantie niet om de controle over grondstoffen. De opstand in het noorden begon uit frustratie; als minderheid werden de moslims nauwelijks vertegenwoordigd in de overheid. Bovendien isoleerde de slechte infrastructuur hen van de rest van het land. Maar naarmate de strijd tussen de rebellengroepen vorderde, werden diamant- en goudmijnen steeds belangrijker.

Handelaar Bertin-Polycarpe Baina zag hoe de oorlog de diamantmarkt in de republiek veranderde. Eerst werden de ‘bloeddiamanten’ uit CAR verboden, zodat die handel het conflict niet konden financieren. Meer over dat verbod.‘Maar natuurlijk blijft iedereen gewoon diamanten kopen. Alleen gaan ze nu illegaal de grens over naar buurlanden Tsjaad of Kameroen, en verkopen zij het aan onze klanten in Dubai, Israël en Antwerpen.’

Maar het werk is wel steeds gevaarlijker geworden, vertelt hij. ‘De diamanthandel was in handen van de moslims. Dat ging nog goed toen de islamitische Seleka-rebellen daar de touwtjes in handen hadden. Maar in de gebieden waar de christenen aan de macht zijn, worden de diamanten met geweld van de moslimbevolking afgepakt. Daardoor wordt het werk onveiliger en gaat de prijs van de diamanten omhoog.’ Desalniettemin kan hij binnen een paar dagen een diamant regelen. Hij glimlacht. ‘Twee karaat, uitstekende kwaliteit, 1.300 euro.’

 

Internationale vredesmissies in Bangui, de hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek. Foto: Anna Mayumi Kerber
Internationale vredesmissies in Bangui, de hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek. Foto: Anna Mayumi Kerber

 

Hoe nu verder?

Interim-president Catherine Samba-Panza doet nu haar best om de twee partijen – Anti-Balaka en Seleka- om de tafel te krijgen. Zij werd door VN-generaal Ban Ki-moon geprezen om haar neutrale houding ten opzichte van de twee strijdende rebellengroepen.

Die ‘neutrale houding’ ligt onder vuur sinds ze de islamitische ex-Selaka-adviseur Mahamat Kamoun tot haar nieuwe premier benoemde. Kritiek op de interim-president zwelt aan, terwijl de vredesprocessen stroef verlopen. De wapenstilstand wordt niet gerespecteerd door de lokale rebellenleiders. Intern ruziën ze om checkpoints, om leiderschap en om wie welke strijdersnaam mag dragen.

Armoede, werkloosheid en loze beloften vinden gemakkelijk hun weg tot geweld. En wapens zijn overal. ‘In Bangui kan je voor drie dollar op de markt een granaat kopen,’ geeft een Anti-Balaka-gezagvoerder toe. Het einde van dit conflict is nog niet in zicht.

Dit artikel is geschreven door Fleur Launspach, met dank aan Aime Kazagui (fixer in Bangui), Sterre Broekman (film-editor), Anne Mayumi Kerber (journalist in Nairobi) en Stichting Medio.

 

———————————————————————————————————————————

 

Wat kan er vandaag veranderen in Zuid-

Afrika?

 

Aanhangers van de EFF partij. Foto: Fleur Launspach en Lotje Kaak

Vandaag zijn er verkiezingen in Zuid-Afrika. Gaat het regerende African National Congress van Jacob Zuma winnen? Waarschijnlijk wel. Maar voor het eerst is er serieuze oppositie van partijen als de Economic Freedom Fighters en Democratic Alliance. Niet gek ook, als president Jacob Zuma zijn villa voor 16,5 miljoen euro laat “beveiligen” en de Zuid-Afrikaanse werkloosheid en inkomensongelijkheid blijven stijgen. Kan er vandaag iets veranderen in Zuid-Afrika? Gastcorrespondenten Fleur Launspach en Lotje Kaak bezochten het land en gingen op zoek naar een antwoord op die vraag.

Sam Thabo Thipe wijst naar de ingang van de verlaten mijn. Vandaag staakt hij precies honderdvijf dagen. Het eten is op, zijn twee kinderen raken ondervoed. De tienduizenden mijnwerkers in Rustenburg, een platinummijnstreek aan de rand van Johannesburg, zijn wanhopig, boos en blut. ‘We bidden elke dag dat er een einde aan deze staking komt. We gaan nu niet terug de mijnen in, we blijven vechten voor de verdubbeling van ons salaris,’ vertelt Sam – vergezeld van een groep kameraden aan de voet van mijnschacht Khuseleka One.

‘Genoeg is genoeg,’ roepen ze – een kreet die identiek is aan die van de politieke partij waar zij vandaag op zullen stemmen: de Economic Freedom Fighters (EFF).

Een zee van rode EEF-baretten heeft zich verzameld in township Ivory Park om een glimp op te vangen van hun ‘commander in chief,’ Julius Malema. Dat de radicale ex-jeugdleider van het ANC anderhalf uur op zich laat wachten, lijkt de menigte niet te deren. Onder luid applaus wordt Malema, gehuld in rode overall, op het podium ontvangen. De leider van de ultra-linkse Economic Freedom Fighters weet het publiek haarfijn te bespelen. Hij grapt over de corruptieschandalen en veelvrouwerij van de huidige president Jacob Zuma van het ANC. De vuisten gaan de lucht in als Malema belooft een einde te maken aan de ‘slaaflonen’ in de mijnen.

‘De EFF is de enige partij voor álle werknemers, voor de mijnwerkers en de landarbeiders,’ zo gonst zijn diepe stem door de speakers. Onder zijn rode baret schitteren zweetdruppels in het felle zonlicht. ‘We blijven vechten voor betere werkomstandigheden.’ De baretten juichen, er wordt gezongen en gedanst op de EFF-liederen.

ANC onder vuur

De EFF kent haar oorsprong in de mijngebieden rond Johannesburg, waar de oproerpolitie in 2012 met scherp op de stakers schoot. Julius Malema was als eerste ter plaatse om zijn steun aan de slachtoffers te betuigen, steun die hem nu tienduizenden stemmen oplevert. Malema houdt in zijn speeches nog immer het beeld van de 34 dode mijnwerkers in het droge gras van Rustenburg in leven. ‘Doe het voor de slachtoffers van Marikana,’ roept hij. Zijn stem slaat over van emotie.

‘Ze hebben het volk verlaten’

Het ANC, ooit geleid door Nelson Mandela, ligt onder vuur. ‘Ze hebben het volk verlaten,’ vindt mijnwerker Sam. Corruptieschandalen, zoals de 16,5 miljoen euro overheidsgelden die in de villa van president Zuma verdwenen, De “beveiliging” ten waarde van 16,5 miljoen euro.vreten stemmen van de partij die sinds de eerste algemene verkiezingen in 1994 nooit minder dan 62 procent van de stemmen haalde. Nu lijkt de ondergrens van 60 procent nabij; een historisch dieptepunt voor het ANC. De partij die ooit streed voor de rechten van de zwarte onderklasse en afschaffing van apartheid, lijkt verdediger van de status quo geworden.

De macht van de blanken blijft groot

‘Na de bevrijding van Zuid-Afrika heeft het ANC hoge verwachtingen gecreëerd en mensen vol hoop op gelijkheid, werkgelegenheid en minder armoede achtergelaten,’ vertelt professor Daryl Glaser, hoofd van de afdeling politicologie aan de Universiteit van Witwatersrand, Johannesburg. ‘Ze hebben bij lange na niet geleverd wat ze beloofd hebben,’ vult hij aan. ‘Dit heeft diepgewortelde frustraties gevoed onder de mensen, aangewakkerd door het bewijs dat de elite – de regering – corrupt en vooral zelfverrijkend te werk gaat.’

De onvrede over het ANC is niet onterecht. ‘De werkloosheid onder de bevolking steeg van 20 procent tijdens het apartheidsregime naar rond de 25 procent werklozen die het land nu kent,’ verklaart Glaser. Daarnaast is 31 procent van de jeugd tussen de 15 en 24 werkloos en ongeschoold.

Ook heeft het ANC de groeiende inkomensongelijkheid niet kunnen tegenhouden. Aan de vooravond van de eerste multiraciale verkiezingen in 1994 ontving de rijkste 1 procent van de Zuid-Afrikanen 10,2 procent van al het inkomen, blijkt uit de Top Incomes Database. De cijfers kun je hier downloaden.Ongeveer twintig jaar later is dat aandeel gestegen naar bijna 17 procent. ‘Ook al staat de zwarte middenklasse nu gelijk aan de blanke middenklasse, blanken hebben nog steeds een significante hoeveelheid onevenredige privileges, twintig jaar na de afschaffing van apartheid,’ legt Glaser uit. Zij beheren grotendeels de private sector, hebben hogere inkomsten en bekleden leidinggevende posities.

 

Aanhangers van de AMCU partij. Foto: Fleur Launspach en Lotje Kaak
Aanhangers van de AMCU partij. Foto: Fleur Launspach en Lotje Kaak

 

Van links aanvallen

De frustratie om raciale ongelijkheid en loze beloften is de brandstof van Julius Malema. ‘Onze mensen willen economische vrijheid,’ want ‘politieke vrijheid bleek zinloos zonder economische vrijheid,’ vertelt Malema na zijn optreden in Ivory Park. De vermoeidheid van wekenlang campagnevoeren tekent zijn gezicht.

‘We gaan het land terugpakken van de blanken en de elite en teruggeven aan het volk’

Kapitaal moet terug naar het volk, door nationalisatie van sectoren die belangrijk zijn voor de Zuid-Afrikaanse economie. ‘We zullen de macht opnieuw verdelen, door banken en mijnen te nationaliseren. Dat is hoe we de macht van de elite zullen terugwinnen,’ betoogt hij zelfverzekerd. Ook landbouwgrond moet herverdeeld worden, volgens Malema. Land is voor 20 procent in handen van de zwarte bevolking. Het overige deel van landeigenaren is overwegend blank, terwijl zij 9 procent van de Zuid-Afrikaanse bevolking uitmaken. ‘We gaan het land terugpakken van de blanken en de elite en teruggeven aan het volk.’

De EFF is niet de eerste partij die het ANC van links aanvalt, weet Glaser. Maar het is wel de eerste die in staat is de verwachte 5 procent van de stemmen te krijgen. Voor het eerst wordt het ANC serieus uitgedaagd door enerzijds oppositiepartij Democratic Alliance op centrum-rechts (een gepeilde 22 procent van de stemmen), die zich onderscheid met economisch liberale ideeën die vooral aansluiten bij de goed opgeleide, werkende middenklasse, en anderzijds de EFF op links. Zwarte, teleurgestelde ANC-stemmers stappen met moeite over naar de DA, omdat een deel van de oude regerende apartheidspartij hierin is opgegaan. De EFF biedt een ander alternatief: ‘Het is een combinatie van raciaal nationalisme, populisme en extreem linkse politiek,’ aldus Glaser.

Kiss the boer

Ondanks zijn spottende retoriek over president Zuma, heeft Malema zelf verre van schone handen. Veelvuldig aangeklaagd voor corruptie en afpersing, werd hij in 2012 weggestuurd als jeugdleider bij het ANC nadat hij het lied ‘Kill the Boer‘ zong. Een artikel daarover.Met het oorspronkelijk anti-apartheidsstrijdlied jaagt Malema nu nog steeds de blanke boeren van Zuid-Afrika de stuipen op het lijf. Inmiddels zingt hij, na een gerechtelijke berisping, ‘Kiss de Boer,’ terwijl hij met zijn handen een pistool imiteert en de menigte reageert met ‘Raadadangdang.’

Zijn partij is de Jack Russel van de Zuid-Afrikaanse politiek: klein maar mateloos storend voor de grote partijen. Malema’s radicale plannen om te nationaliseren en land te onteigenen roepen bij sceptici een vergelijking met Zimbabwe op, Meer over landonteigening in Zimbabwe.al beweert Malema dat er aan zijn landonteigeningsplannen een democratisch proces ten grondslag ligt. ‘Iedereen zal mogen deelnemen aan de herverdeling,’ benadrukt hij.

Of het ooit zover komt, is maar de vraag: het ANC beschikt nog altijd over een zeer trouwe achterban. Met net op of onder de 60 procent lijkt het ANC in ieder geval verzekerd van een flinke meerderheid. De stemmen zijn en blijven afkomstig van de zwarte, iets oudere bevolking of uit ruraal gelegen gebieden waar Malema’s radicale opvattingen nog niet zijn doorgedrongen. Die stemmers zullen het ANC wederom naar een overwinning leiden. Al is het net iets minder vanzelfsprekend dan voorheen.

Dit artikel is geschreven door gastcorrespondenten Fleur Launspach en Lotje Kaak.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *